•  NL 

Roep om meer samenwerking tijdens regionale themamiddag

Print 
14 juni 2018

Op vrijdag 8 juni ontmoetten vertegenwoordigers van de opleidingsziekenhuizen in de OOR Noord- en Oost-Nederland elkaar tijdens de jaarlijkse themadag in het MCL. ‘We willen vanmiddag de klokken gelijkzetten’ zei voorzitter van de RvB van het Deventer Ziekenhuis, mevrouw Gita Gallé in haar openingswoord. In 5 inleidingen bespraken sprekers uit verschillende OOR-ziekenhuizen een actueel onderwerp. Alle inleiders benadrukten het belang van nauwere samenwerking rond de opleiding tot medisch specialist. Het verst ging daarin de dean van de MCL Academie, dr. Jelle Prins.

Alle ziekenhuizen betrekken

Prins linkte de veranderingen in de zorg aan veranderingen in het werk en aan de daardoor noodzakelijke veranderingen in de opleiding. Als de topklinische ziekenhuizen zich meer gaan toeleggen op de hoogspecialistische zorg, zullen aios meer en meer hun basisopleiding in de perifere ziekenhuizen moeten doen. Als de chirurgen in een regio zich regionaal gaan verenigen in een maatschap, heeft dat consequenties voor de organisatie van de medische zorg en voor de opleiding. Nu verzorgen 8 ziekenhuizen in de regio OOR Noord- en Oost-Nederland de opleiding tot medisch specialist. Prins wierp de vraag op of niet álle ziekenhuizen in de regio bij die opleiding betrokken moeten worden. Bekijk de presentatie van Jelle Prins

Governance code

Linda-Soetman-ZGT.jpgDit pleidooi voor meer samenwerking klonk eigenlijk door in alle inleidingen. Lucinda Soetman (ZGT) vertelde over de nieuwe instellingsvisitatie waarvoor onderwijskundigen van het ZGT, samen met het MZH en het UMCG een handleiding schreven. Bij de instellingsvisitatie bekijkt een visitatiecommissie van de RGS in hoeverre het ziekenhuis als opleidingsinrichting de zaken voor elkaar heeft. ZGT had zich opgeworpen om – met die nieuwe handleiding – een proefvisitatie te ondergaan. Een heet hangijzer bleek de Governance Code. Eigenlijk is het voor niemand echt duidelijk wat daar precies in moet. In elk geval moet duidelijk worden hoe de “doorzettingsmacht” van de Centrale Opleidingscommissie is georganiseerd. In ieder ziekenhuis worstelt men met deze governance code. Afgesproken werd om met elkaar die documenten te delen zodat niet iedereen het wiel hoeft uit te vinden. In de handleiding komt een inhoudsopgave voor de governance code. Bekijk de presentatie van Lucinda Soetman

Doorlopende leerlijnen

Gerda-Croiset-UMCG.jpgProfessor Gerda Croiset is sinds 4 maanden prodecaan Onderwijs en opleiding in het UMCG. Hiervoor werkte ze in Utrecht en Amsterdam. Een belangrijk verschil met de OOR’s in de Randstad is het feit dat er  maar 1 UMC is, en dat slechts 3 grote zorgverzekeraars een belangrijke rol spelen. Wie iets wil veranderen in de zorg of in de opleiding tot medisch specialist kan daardoor nergens zo goed terecht als in deze OOR, aldus Croiset. En dát er wat moet veranderen in de opleiding staat als een paal boven water. De zorg verandert voortdurend. De opleiding van zorgprofessionals stopt daarom niet na het laatste diploma. We moeten toe naar een doorlopende leerlijn die begint op je 18e en eindigt op je 67e. Aan de basis van zo’n doorlopende leerlijn zou een regionale visie moeten liggen op een aantal thema’s. Croiset pleitte voor het gezamenlijk formuleren van een visie op een aantal thema’s zoals preventie, health economy and policy en hospitality management. Bekijk de presentatie van Gerda Croiset

Groepsgevoel is leidend

Esther-van-bockel-UMCG.JPGIntensivist Esther van Bockel en kinderarts en hoogleraar Klinisch onderwijs Paul Brand verzorgden vervolgens een presentatie over het werken met EPA’s, Entrustable Professional Activities. De EPA’s zijn als het ware deelcertificaten die de opleider afgeeft als hij of zij er voldoende vertrouwen in heeft dat de aios een bepaald onderdeel van het specialisme voldoende beheerst om het zelfstandig te verrichten. Maar hoe stel je dat vast? Van Bockel en Brand schetsten meerdere mogelijkheden maar pleitten uiteindelijk  voor een aanpak waarin het groepsgevoel binnen de opleidersgroep leidend is. Binnen deze regiobijeenkomst was nog wel één vraag erg relevant: als in het ene ziekenhuis de opleidersgroep een aios bekwaam verklaart voor een bepaald onderdeel, vertrouw je als “ontvangend ziekenhuis” op dat oordeel of laat je de aios toch nog een keer onder toezicht de betreffende handeling verrichten? Uit oogpunt van veiligheid voor leerling en leraar adviseerden Brand en Van Bockel toch die laatste aanpak. Dat is geen motie van wantrouwen maar doet recht aan het feit dat de zorg in ieder ziekenhuis anders is georganiseerd. Bekijk de presentatie van Paul Brandt en Esther van Bockel

Kostenbewust

Margriet-Hazenberg-MCL.jpgGeld speelt een rol in de gezondheidszorg. En toch hebben veel aios geen idee wat ze uitgeven als ze een bepaald onderzoek aanvragen. Met het Bewustzijnsproject wil men daar verandering in brengen. Gynaecoloog en opleider Aren van Loon en aios Interne Geneeskunde Margriet Hazenberg deden verslag van de manier waarop aios in de OOR N&O met deze thematiek aan het werk gingen. Van Loon als opleider, Hazenberg als aios.

Van Loon hamerde op de noodzaak om kostenbewustzijn op te nemen in de opleiding. Opleiders zouden vaker de vraag moeten stellen: ‘Waarom heb je dat onderzoek aangevraagd? Was dat wel nodig?’ Hazenberg deed verslag van een zoektocht in het doolhof dat in ieder ziekenhuis is ontstaan rond de DBC’s. Het bleek haar en haar collega’s vrijwel onmogelijk om een goede kostprijsvergelijking te maken tussen DBC’s. Hazenberg deed dit onderzoek in het kader van haar opleiding en haar functie als ambassadeur Doelmatige zorg: een initiatief van het College Geneeskundige Specialismen. Bekijk de presentatie van Aren van Loon en Magriet Hazenberg

Concrete stappen

In haar slotwoord riep Gita Gallé de aanwezigen op om als regio binnen de bestaande structuren met elkaar programmatisch concrete stappen te zetten om de regionale samenwerking rond het opleiden verder gestalte te geven.

 Praktisch