•  NL 

Regionale samenwerking opleiding Kindergeneeskunde

Print 
04 februari 2019

Met de introductie van het nieuwe opleidingsplan Kindergeneeskunde TOP 2020 wordt goede samenwerking tussen de opleiders in de regio nog belangrijker. Werkten aios voorheen 15 maanden in een algemeen ziekenhuis, tegenwoordig is dat 18 tot 24 maanden. 'Daarmee verschuift dus het accent in de opleiding,' aldus opleider Kindergeneeskunde in het UMCG dr. Bart Rottier. 'We zoeken naar een optimum tussen enerzijds de academische "fijnslijperij" en de meer basic aanpak in de periferie.' De opleiding streeft daarbij naar maatwerk.

Accenten

Rottier: 'Het is zwart en wit en staat in de wei. Hier in het UMC zien we dan al snel een zebra terwijl in de periferie men vaak eerst aan een koe denkt. Je moet als kinderarts kennismaken met beide denklijnen en ze ook allebei beheersen. Waar je het accent wilt leggen, is uiteindelijk de keuze van de aios zelf. Maar het wordt natuurlijk ook door de vacatures ingegeven.'

Een van die aios is Nicole Janssen. Ze studeerde Geneeskunde in Utrecht en werkte daarna enige tijd in Apeldoorn en Nijmegen. In januari 2017 begon zij haar opleiding Kindergeneeskunde in het UMCG. In december 2018 vervolgde ze haar opleiding in het Medisch Centrum Leeuwarden. Ze herkent het verschil in benadering. 'De meeste kinderen hier in het MCL zijn in principe redelijk gezond. Als een kind koorts heeft, zullen we hier meestal niet onmiddellijk alles op alles zetten om te achterhalen wat de oorzaak is. Koorts hoort er gewoon vaak bij. Het mag er zijn. In het UMCG liggen vooral kinderen met een complexe ziektegeschiedenis. Een patiënt die een levertransplantatie onderging bijvoorbeeld. Als zo'n kind koorts heeft, is dat niet zo onschuldig. Het kan een signaal zijn dat er een complicatie is op getreden of dat afstoting op de loer ligt . Of van een andere ziekte die normaal gesproken onschuldig is, maar voor deze patiënt net te veel kan zijn.'

'Overigens, er wordt beslist niet in wij-zij-termen gedacht. In het MCL staat men echt wel open voor die academische blik en omgekeerd. Ook in het UMCG is koorts vaak nog gewoon koorts. Zo zwart-wit ligt het niet.' nuanceren Rottier en Janssen.

Maatwerk

Welke route de aios kiest gebeurt in samenspraak met de opleider. Rottier: 'Een aios die al is gepromoveerd maar weinig anios-ervaring heeft, begint de opleiding wat mij betreft in de periferie. Eerst maar eens kennismaken met de veelvoorkomende aandoeningen. Daarentegen, iemand die als anios al veel werkervaring opdeed kan het best beginnen in het UMCG. Maar we moeten ook rekening houden met andere zaken. Wie waar aan de slag gaat is ook afhankelijk van het aantal aios dat er al werkzaam is. Je wilt niet de enige aios zijn maar je wilt ook niet dat er teveel aios zijn. En natuurlijk is ook de bedrijfsvoering een issue. Het moet ook op dat gebied gewoon kloppen. We streven zoveel mogelijk naar maatwerk.'

Een dergelijke aanpak stelt hoge eisen aan de samenwerking tussen de opleiders van het UMCG en de geaffilieerde opleiders. Rottier: 'We werken daar dan ook hard aan. We zien elkaar twee keer per jaar een hele dag bij de sollicitatiegesprekken. En daarnaast komen we tweemaal per jaar als opleiders een ochtend bij elkaar om lief en leed te delen als het gaat om de opleiding. En we bespreken dan alle aios.'

Een mooie mix

's Middags zijn dan ook alle aios erbij. Nicole Janssen waardeert die regionale bijeenkomsten. 'Iedereen die er maar even bij kan zijn, ís er bij. Daardoor leer je elkaar beter kennen. Dat is natuurlijk leuk maar ook nuttig. Je hebt elkaar gewoon af en toe nodig in de zorg voor gemeenschappelijke patiënten. Het is dan een mooie mix van verschillende artsen en aios  uit de verschillende ziekenhuizen. Je krijgt bovendien een leerzaam inkijkje in het ziekenhuis waar de bijeenkomst plaatsvindt. Je ziet dat elk ziekenhuis zo z'n eigen accenten heeft'

 Praktisch