•  NL 

Een goede overdracht

Print 
20 december 2017

goede-overdracht.png

Hoe train je aios zodat zij patiënten op de IC zo goed mogelijk overdragen bij een shift-overdracht? Tijdens de Regionale bijeenkomst van de COC’s  van de OOR Noord- en Oost-Nederland deed Nico Leenstra verslag van een onderzoek hiernaar. Op basis van dit onderzoek in IC’s van het Martiniziekenhuis, het Scheperziekenhuis en het UMCG kan de regio volgend jaar beschikken over een methodiek om aios en anios te trainen en begeleiden in het verzorgen van een goede overdracht.

Op de IC worden 3 maal per dag patiënten met relatief kritieke of complexe problemen overgedragen aan een nieuw team. Het belangrijkste doel van die overdracht is natuurlijk dat de volgende dienst alles weet wat men moet weten om de directe zorg over te nemen.  Maar de overdracht kan ook gebruikt worden om met een frisse blik tegen een patiëntencasus aan te kijken. Of om met elkaar afspraken te maken over de behandeling of om a(n)ios of co’s in de gelegenheid te stellen te leren.

Patiënten verdienen een betere overdracht

Binnen de IC van het UMCG leefde een soort “onderbuikgevoel” dat de overdrachten beter konden. Een literatuurstudie bevestigde dat gevoel. Uit die studie bleek dat nuances soms verloren gaan, dat er misverstanden ontstaan in de overdracht en dat de patiënt in sommige gevallen echt een betere overdracht verdienen. De IC’s van het Scheperziekenhuis, het Martiniziekenhuis en het UMCG besloten om gezamenlijk een training te ontwikkelen. Nico Leenstra, onderzoeker bij het Wenckebach Instituut, ging ermee aan de slag.

De context luistert nauw

Daartoe moest echter eerst worden vastgesteld wat een goede overdracht is. Leenstra interviewde 21 intensivisten en arts-assistenten. Wat beschouwen zij als een optimale overdracht en waar lopen ze in de praktijk tegen aan? Uit de analyse van de interviews blijkt dat er niet één wijze is om over te dragen: verschillende patiënten vragen soms om verschillende strategieën, en ook de doelen van de overdracht kunnen variëren. Ook de context luistert nauw: Wat is de ervaring van de ontvanger? Hoeveel tijd is er om langer stil te staan bij een patiënt? Dit betekent voor de training en begeleiding van a(n)ios dat je hen op weg kunt helpen met een basisstructuur, maar dat aanvullende begeleiding nodig is om hen te leren flexibel in te spelen op de context. Leenstra verzamelde met de interviews de verschillende overwegingen en contextfactoren om in een training te verwerken.

Begeleiding op de werkvloer

Uit de interviews bleek ook waar jonge assistenten tegenaan lopen.  Ze vinden het soms lastig om het verhaal te structureren en om alle getallen en bevindingen te interpreteren en samen te vatten. Maar ook het onderscheiden van de hoofdzaken en bijzaken en het anticiperen op de komende dienst is soms moeilijk. Dat zijn uitdagingen die je minder goed in een communicatietraining kunt vatten, en juist meer vragen van de begeleiding op de werkvloer.

Om nog beter te begrijpen hoe assistenten overdragen, loopt op dit moment een tweede studie waarin telkens 2 aios in een skillslab een casus krijgen aangereikt. Ze dragen hun casus aan elkaar over. Deze overdracht wordt op video vastgelegd. Na afloop vullen zender en ontvanger een vragenlijstje in over de problemen van de patiënt. De mate van overeenstemming tussen die twee inschattingen gebruiken de onderzoekers als maat voor het succes van de communicatie.

Succesfactoren voor een goede overdracht

Vervolgens gaan ze na of er in de communicatie wezenlijke verschillen zitten tussen de ‘hoog’ en ‘laag’ scorende overdrachten. De eerste resultaten daarvan zijn inmiddels bekend. Belangrijke eigenschappen van een goede overdracht zijn onder meer de mate waarin de zender erin slaagt zijn of haar klinische impressie toe te lichten, de ontvanger een actieve rol speelt, en de mate waarin sprake is van metacommunicatie (communicatie over de communicatie, bijv.: “…dus tot zover de belangrijkste problemen, ik ga je nu vertellen… ).

Toolbox medio 2018 beschikbaar

De volgende stap in het project is het ontwikkelen van een methodiek om op de werkvloer en in de simulator de overdracht te verbeteren. Dit wordt een “toolbox” waarmee afdelingen zelf hun a(n)ios kunnen trainen en begeleiden. De toolbox is medio 2018 beschikbaar en verkrijgbaar voor de hele regio.

Het project heet  officieel ‘Shared Situational Awareness in the ICU: ontwikkeling, training en evaluatie van een patiënten – overdrachtsmodel’ en is mede gefinancierd door het Regionaal Ontwikkel- en Innovatiefonds van de Onderwijs- en Opleidingsregio Noord- en Oost-Nederland . Meer weten? Neem contact op met Nico Leenstra.