•  NL 

Prodecaan Jan Borleffs neemt afscheid

Print 
09 maart 2018

Op 23 maart 2018 neemt professor dr. Jan Borleffs afscheid van het UMCG en daarmee ook van de onderwijs- en opleidingsregio Noord- en Oost-Nederland. Borleffs is sinds 1 januari 2008 werkzaam in het UMCG als prodecaan onderwijs en opleiding. Hij maakte in zijn loopbaan grote veranderingen mee in het opleiden. En gaf daar deels ook sturing aan. Bijvoorbeeld met de introductie van G2020, het nieuwe Groningse curriculum, en zijn werk voor grote landelijke projecten als CanBetter en het schakeljaar.

Opleiden verliep vroeger anders. Borleffs deed zijn specialisatie tot internist in de jaren 80. 'Je leerde in die tijd vooral veel van ouderejaars. Zij deden je voor hoe je bepaalde handelingen uitvoerde of hoe je bepaalde gesprekken voerde, niet de baas. Werkplekleren was in die tijd toch de belangrijkste werkvorm. Er was geen skillslab. We oefenden niet. We werden vrijwel altijd gewoon in het diepe gegooid. Als je geluk had, kreeg je wat feedback van de opleider, een enkele keer kreeg je feedback van de patiënt maar meestal moest je het doen met je eigen gevoel nadat de patiënt de spreekkamer had verlaten.'

De opleider

'De opleider was ook toen belangrijk als rolmodel, maar de opleider van nu geeft daar anders invulling aan. De opleider laat zien hoe je de dingen doet. Niet eens zo zeer praktisch zoals vaardigheden en technieken. Veel meer in het algemeen. Hoe staat hij in het leven, hoe toont hij empathie, hoe toont hij zijn gedrevenheid voor het vak, hoe laat hij zien dat er meer is in het leven dan je werk als arts? In onze tijd was dat anders. Als een assistent afwezig was omdat zijn kind ziek was, werd je geacht als groep assistenten dat maar op te lossen. Een opleider dacht er niet aan om zelf in te springen en wij vonden dat als arts-assistent nog logisch ook! Natuurlijk, ook nu zijn dit soort situaties nog steeds lastig. Maar veel huidige opleiders zullen dit soort momenten aangrijpen om mee te denken en te laten zien dat je als arts ook thuis je verantwoordelijkheid hebt.'

In 2000 werd Borleffs, naast zijn werk als internist, ook directeur geneeskunde opleidingen in het  UMC Utrecht. In 2008 maakte hij de overstap naar Groningen. Hij werd er prodecaan onderwijs en opleiding. Hij was er onder meer een van de ontwikkelaars van het nieuwe Groningse geneeskunde curriculum, G2020. Dat curriculum heeft 2 belangrijke kenmerken: proberen studenten enthousiast te maken voor beroepen waar maatschappelijk behoefte aan is en aandacht besteden aan het zogenaamde transformatieve leren.

Rigoureus anders

Het eerste aspect, zorgen dat we dokters opleiden waar behoefte aan is, kan op meerdere niveaus. 'Als beroepsgroep en als opleiding zijn we nu nog veel te veel gefocust op het werken als arts in een ziekenhuis. Wie op de middelbare school nadenkt over het beroep van arts, ziet voor zichzelf veelal een toekomst als specialist in het ziekenhuis. Maar dergelijke specialisten zijn gewoon steeds minder nodig. We hebben tegenwoordig minder behoefte aan bij voorbeeld gynaecologen en kinderartsen. We hebben behoefte aan geneeskundigen in de ouderenzorg of voor chronisch zieken. Die slag moeten we maken. Daarvoor moeten we zorgen dat aankomende studenten een ander beroepsperspectief krijgen en moeten we in de opleiding studenten enthousiast maken voor dat nieuwe beroepsperspectief. En datzelfde geldt voor de vervolgopleiding.'

Ook de opleidingen en de wetenschappelijke verenigingen moeten op meer manieren leren kijken naar de maatschappelijke context. Borleffs sluit zich aan bij de veel gehoorde visie om de specialistische vervolgopleiding anders in te richten. 'We leiden nu te veel superspecialisten op en te weinig generalisten. Al eerder formuleerde de NFU een 3-traps model waarin we de eerste 2-3 jaar iemand opleiden als generalist, bijvoorbeeld in de spoedeisende hulp of als ziekenhuisarts. Na die periode kun je zelfstandig aan de slag. Maar je kunt ook direct of later een tweede traject in om specialist te worden.  In de derde fase van dat model kun je een superspecialisatie volgen. Maar dat is zeker niet bedoeld voor iedere specialist. Nu willen we allemaal die superspecialist worden maar dat moet veranderen omdat de samenleving vooral behoefte heeft aan meer generalisten. Hierbij hoort ook dat ziekenhuizen voor een duidelijk focus kiezen, variërend van meer generalistische zorg tot geavanceerde topreferente zorg. Beide aspecten zijn even belangrijk! Om het totale pakket aan zorg te kunnen bieden moeten ziekenhuizen veel meer samenwerken dan nu het geval is. Hier in Groningen hebben we een geweldige kans door de samenwerking met de Ommelander Ziekenhuisgroep. In zo'n samenwerkingsverband kun je niet alleen het complete pallet van patiëntenzorg bieden, maar ook de opleiding vaart daar wel bij'.

Transformatief leren en leiderschap

Het tweede kenmerk van G2020 is het transformatieve leren. Dit betreft het vermogen om als professional je verantwoordelijkheid te nemen om de zorg aan te passen aan de steeds veranderende zorgvraag. Noem het maar beginnende leiderschapsvaardigheden of de dokter als verandermanager.  In G2020 doen we dat onder meer door studenten te laten ervaren dat je op meerdere manieren naar een zorgvraag of probleem kunt kijken.

Verschillende perspectieven

Bij die beginnende leiderschapskwaliteiten hoort dat je het vermogen ontwikkelt om te begrijpen dat je vanuit verschillende perspectieven naar een zorgvraag kunt kijken. Het gaat er daarbij niet om iedere arts tot een Mandela of Obama op te leiden. Maar je bent wel verantwoordelijk voor een passende reactie op de nieuwe vraag naar zorg. Ook als individuele arts. Machteld Huber pleit voor een heel nieuwe visie op gezondheid. Het gaat niet langer over de afwezigheid van ziekte maar veel meer over het vermogen van mensen om om te gaan met hun aandoeningen. Als medisch specialist moet je daar oog voor hebben. Dat vraagt om leiderschap van de dokter. Dat is echt een enorme uitdaging, ook voor de vervolgopleiding. We moeten onze studenten en aios leren om meerdere perspectieven te hanteren.'

Borleffs geeft een voorbeeld. 'In Medisch Contact deed een patiënt onlangs verslag van hoe er door zijn behandelaar gereageerd werd toen hij wilde afwijken van "het" behandelprotocol. Hij had slokdarmkanker. Het protocol schrijft voor dat je bestraald wordt en daarna geopereerd om de aangetaste delen te verwijderen. Een ingrijpende operatie die hij na zorgvuldig afwegen weigerde omdat op de scans na de bestraling geen tekenen van de slokdarmkanker meer waren te zien. Hij beschreef hoe zijn artsen daar mee omgingen: lang niet iedereen kon ermee overweg. Maar deze patiënt nam zelf de regie. Dat is onze uitdaging: om de patiënt daarin te begeleiden en te ondersteunen. Natuurlijk ben je als arts de geneeskundige expert. Dat verwacht de patiënt ook van je. Maar je bent ook de gesprekspartner van de patiënt.'

Het afscheidssymposium dat het UMCG organiseert ter gelegenheid van het afscheid van Jan Borleffs vindt plaats op 23 maart 2018. Meer informatie over dat symposium vindt u op de site van het Wenckebach Instituut.

 Praktisch